Dit artikel verscheen op 28 september 2026 op bd.nl
Zaterdagavond was sportcomplex T-Kwadraat omgetoverd tot een vechtarena met harde muziek, VIP-tafels en danseressen. De Tilburgse MMA-vechter Agy Sardari won er zijn gevecht, maar zijn strijd tegen trauma’s en obsessies gaat onverminderd door.
Nadat al verschillende kickboksers en MMA-vechters hun kunsten in de zwarte vechtkooi hadden laten zien, kwam ook Sardari in actie. Het superlichtgewicht was in eigen stad op het event van Enfusion al na vier minuten de beste.
Na een grondgevecht waarin Sardari aardig wat stoten uitdeelde, zette hij een nekklem in, die tegenstander Ahmet Rasim Pala te machtig was.
„Ik vond ’m stiekem best wel zwaar”, zei Sardari na afloop. „Ik probeerde een foot sweep, maar hij stond best stevig. Toen begon ik een beetje te verzuren en dacht ik: ik ga het gewoon in de eerste ronde afmaken.”
Een efficiënt avondje dus, waarna de uit Teheran afkomstige Sardari het publiek opzocht: „Iedereen was onwijs trots, de meesten zie ik niet in het buitenland. Dit is ook een keer vet voor hen, dat ik na bijna 15 jaar in mijn eigen stad mag vechten. Dat vonden ze geweldig om mee te maken.”
Maar die toeschouwers zagen ook veel níet. Zo kreeg Sardari vorig jaar een gescheurde meniscus, een slijmbeursontsteking en gekneusde ribben te verwerken. Tel daar ook nog een toen zwangere vriendin en een verbouwing bij op en het is te begrijpen dat hij mentaal gebroken was. „Misschien probeert het universum mij iets te leren, misschien niet, maar ik haal er altijd een les uit”, zegt hij.
Het deed een beroep op zijn aanpassingsvermogen, maar tegelijkertijd wil hij de touwtjes in handen houden. „Ik heb altijd een checklist die ik uitschrijf. Alles moet goed gaan: conditietrainingen, mijn hartslag moet een bepaald level bereiken en het eten moet goed gaan. Maar het leven is niet perfect.”
„Ik heb daar vroeger heel veel last van gehad omdat ik letterlijk een dwangstoornis had. In het begin van mijn carrière was het eigenlijk bijna een obsessie”, biecht hij op.
„Voor de sport moet je dat hebben, maar heel vaak dacht ik, wanneer ik al uitgeput was: nog een keer traplopen of nog een extra kilometer. En als je dit niet doet, gebeurt er iets en verdien je het om te verliezen. Tegenwoordig is dat gelukkig minder, maar ik probeer wel een bepaalde basis aan te houden.”
Die basis lijkt hem houvast te geven, maar zorgt niet vaak voor tevredenheid. „Ik heb nooit een partij gehad waarbij ik dacht: die was echt goed. Ik heb altijd tegen mezelf gestreden. Op het moment dat het moeilijk wordt, strijd je ook weer tegen jezelf”, zegt hij.
„Wil ik het wel en waar haal ik mijn vuur vandaan? Een deel daarvan is ook dankzij trauma’s”, zegt hij met een sarcastisch lachje. „Dat klinkt heel zwaar, maar ik denk dat je de juiste hoeveelheid trauma’s nodig hebt om bepaalde dingen te willen bereiken.”
Voor Sardari gaat dat terug naar zijn jeugd: „Ik ben in een gezin opgegroeid met alleen maar dames. Ik mis een vader, dus het is eigenlijk gewoon standaard: daddy issues. Het uit zich op verschillende manieren.”
Hopelijk vindt de Tilburger ruimte om dat nu even te parkeren. „Een van de vrienden heeft een afterparty geregeld hier in de stad, bij café Bakker”, zegt Sardari, die zo’n feestje af en toe wel ziet zitten.
„Ik drink nooit, de laatste keer was eind 2024 in Tsjechië met mijn coach”, zegt Sardari, die meteen door zijn leermeester wordt aangevuld: „Daar zouden we niet meer over praten toch?” De harde lach die volgt verraadt dat het nog een gezellige avond wordt.
